Position paper lhv & ineen – rondetafelgesprek zorgakkoorden

Datum: maandag 16 april 2018
Van: Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) & InEen, vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, waaronder huisartsenposten, zorggroepen en gezondheidscentra

Inleiding en uitdaging
De gevolgen van de keuze om kwetsbare mensen langer thuis te laten wonen en de capaciteit in
verpleeg- en verzorgingshuizen en ggz-instellingen te reduceren, worden steeds zichtbaarder.
De druk op de thuiszorg, wijkverpleging, SEH en de huisarts nemen steeds meer toe, zowel
overdag als in de ANW-uren. Naar onze mening is het daarom noodzakelijk voor de komende
jaren rondom een aantal thema’s richtinggevende afspraken op landelijk niveau te maken.
Waarbij we ons ervan bewust zijn dat de uitwerking en inrichting van de zorg in de regio moet
plaats vinden, in samenspraak tussen patiënten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
De eerste lijn, in het bijzonder de (georganiseerde) huisartsenzorg, levert ook graag een bijdrage
aan de beoogde transformatie in de zorg en het realiseren van zorg op de juiste plek: het
voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis) en het
vervangen van zorg (door andere zorg zoals ehealth)i. Een transformatie die noodzakelijk is om
op de lange termijn de zorg betaalbaar te houden Om ervoor te zorgen dat mensen de juiste
zorg op de juiste plek krijgen. Dat daarvoor voldoende en goed geschoolde medewerkers zijn,
die bovendien niet worden belast met onnodige regeldruk om tijd te hebben voor de patiënt.
Deze transformatie zal niet van de ene op de andere dag plaatsvinden en vergt naast een
voortvarende en concrete aanpak ook een langere adem.

Thema’s hoofdlijnenakkoord eerste lijn
We zien zeven punten waarvoor geldt dat landelijke afspraken meerwaarde kunnen hebben. Er
vanuit gaande dat er dan ook afspraken gemaakt kunnen worden over noodzakelijke
randvoorwaarden. Die randvoorwaarden betreffen onder meer voldoende tijd per patiënt, een
goede infrastructuur in de eerste lijn en mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie. De
thema’s zijn: 1. De zorg voor kwetsbare groepen; 2. Zorg op de juiste plek; 3. Preventie; 4.
Werk- en regeldruk; 5. Arbeidsmarkt; 6. Gegevensuitwisseling; 7. Vernieuwing kwaliteitsbeleid.
We lichten ze hieronder toe.

1. Zorg voor kwetsbare groepen
De zorg voor kwetsbare ouderen, ggz-patiënten en mensen in achterstandswijken, waar vaak
sprake is van een cumulatie van medische en sociale problemen, is vaak complex. LHV en InEen
voelen, samen met hun leden, de verantwoordelijkheid om de 24/7 zorg voor deze groepen zo
goed mogelijk te organiseren, met als doel een zo optimaal mogelijke kwaliteit van leven. Een
persoonsgerichte en samenhangende benadering is wat we voor ogen hebben. Een
voortvarende uitvoering van onder meer het eerder opgestelde Plan van aanpak zorg voor
kwetsbare ouderen is daarbij essentieel, alsmede de versterking van de samenwerking met het
sociale domein. Ook een intensieve samenwerking tussen partners in de acute zorg is
noodzakelijk om de zorgvraag in de ANW te optimaliseren. Dit vraagt om bestuurlijk
commitment van alle betrokken partijen.

2. Zorg op de juiste plek
Zorg op de juiste plek is essentieel om op de lange termijn de zorg betaalbaar te houden. Dit
moet gestimuleerd worden door gewaagde doelen te stellen én financiële ruimte beschikbaar te
stellen voor zowel de op- als de afbouw van zorg. In het rapport van de Taskforce Zorg op de
juiste plek wordt daar ook expliciet aandacht voor gevraagd. Voor een goede beweging richting
zorg op de juiste plek is samenhangend beleid en integrale zorginkoop essentieel. Het door
partijen laten opstellen van regioplannen waarin de zorgvraag centraal staat, en daaraan
gekoppeld een meerjarenagenda voor de regio, vormt daarvoor een goede basis.
Gegevensuitwisseling maakt deel uit van deze agenda. Om zorg op de juiste plek goed van de
grond te krijgen moeten er bestuurlijke afspraken gemaakt over de grenzen van de
verschillende zorgdomeinen heen.

3. Preventie
Met preventie kan gezondheidswinst worden geboekt en gezondheidsverschillen verkleind.
Voor het realiseren van daadwerkelijke veranderingen is veel nodig; onder meer via
samenwerking met het sociale domein wordt gewerkt aan een wijkgerichte aanpak om
positieve gezondheid te bevorderen. De (multidisciplinaire) huisartsenzorg draagt bij aan het
behalen van gezondheidswinst via preventie. Bewezen effectieve initiatieven zoals Krachtige
Basiszorg zouden niet gehinderd moeten worden door stelselbeperkingen. In een
hoofdlijnenakkoord kunnen hierover samenhangende afspraken worden gemaakt.

4. Werk- en regeldruk
De onder huisartsen ervaren werkdruk en werklast hindert momenteel de ruimte voor
vernieuwing en het anders organiseren van de zorg. Om de hiervoor beschreven bewegingen
vanuit de huisartsenzorg te kunnen (blijven) accommoderen zijn een aantal zaken essentieel:
– Het mogelijk maken van meer gesprekstijd voor de patiënt, zeker in achterstandswijken
en buurten waar relatief veel kwetsbare patiënten wonen. Dit kan via bijvoorbeeld
kleinere praktijken en meer ondersteuning van de huisarts vanuit lokale en regionale
organisaties en meer inzet van de praktijkmanager;
– Goede samenwerkingsafspraken met en verwijsmogelijkheden naar het sociaal domein,
zodat sociale en welzijnsproblematiek niet in de spreekkamer opgelost dient te worden;
– Taakherschikking, onder andere in de ANW-uren, waardoor de belasting van de huisarts
verminderd kan worden;
– Terugdringen onnodige regeldruk.

5. Arbeidsmarkt
Ook in de eerste lijn begint de krapte op de arbeidsmarkt voelbaar te worden. Er is sprake van
een toenemend aantal vacatures voor ondersteunend personeel in de huisartsenpraktijk en op
de huisartsenpost. Daarnaast is in krimpregio’s en achterstandswijken sprake van een tekort
aan huisartsen en wordt dat nu ook op andere plaatsen een probleem. LHV en InEen dragen bij
aan de concretisering van het overkoepelende Actieprogramma Werken in de zorg, met waar
nodig/gewenst sectorspecifieke afspraken. Bijvoorbeeld in de vorm van nader onderzoek naar
de oorzaken van tekorten.

6. Gegevensuitwisseling in de zorg
De huisartsenzorg in Nederland is lang koploper geweest waar het ging om digitalisering van de
zorg. Uit een recente analyse van Nictiz (d.d. 19 maart 2018) blijkt dat er op dit moment sprake
lijkt te zijn van een ‘digitaliserings-paradox’: de huisarts is tevreden over het dagelijks gebruik
van IT, terwijl in de nabije toekomst een digitale transformatie noodzakelijk is om zijn sleutelrol
in de eerstelijnszorg te waarborgen. Er is veel nodig om de huisartsenzorg digitaal klaar te
stomen voor de toekomst. Dit vereist een inspanning en commitment van zowel
zorgaanbieders, zorgorganisaties en zorgverzekeraars. Het versnellingsprogramma OPEN zal
hiervoor een goede stimulans zijn. Daarbij wordt aangesloten op de ontwikkelingen en
afspraken binnen het Informatieberaad en MedMij.

7. Vernieuwing kwaliteitsbeleid
In 2017 hebben de gezamenlijke huisartsenorganisaties hun visie op kwaliteitsbeleid
gepresenteerd. De huisartsen lopen daarmee voorop in het op een nieuwe manier denken over
en werken aan kwaliteit: vanuit de motivatie van de professional zelf, gebaseerd op vertrouwen
en lerend vermogen en met gebruik van betekenisvolle informatie. De komende jaren zal dit
nieuwe kwaliteitsdenken geïmplementeerd worden.

Noodzaak voor een integrale benadering
Eerder heeft Uw Kamer gepleit voor een integrale benadering van alle hoofdlijnenakkoorden
(GGZ, medisch specialistische zorg, eerste lijn, GGZ, wijkverpleging en paramedici). Hier heeft
het Kabinet een toezegging op gedaan. Wij zijn een groot voorstander van het op elkaar laten
aansluiten van de verschillende bestuurlijke akkoorden en we willen de relevantie hiervan
benadrukken nu de besprekingen voor de medisch specialistische zorg een eind op weg zijn en
die voor de wijkverpleging en de GGZ worden gestart. Naar onze mening is het ondenkbaar dat
er wel afspraken worden gemaakt over zorg op de juiste plek met de partijen uit de medisch
specialistische zorg, maar niet met die uit de eerstelijnszorg.
Wij zijn niet voor één hoofdlijnenakkoord met alle partijen samen, maar voor een integrale
benadering van de verschillende deelakkoorden. Op deze manier kan zorg op de juiste plek ook
worden gerealiseerd. Het overnemen van de motie Dik-Faber (kamerstuknummer 34775-XVI-
98) door het Kabinet eind vorig jaar, om de akkoorden niet vrijblijvend te laten zijn, is voor ons
ook een belangrijk uitgangspunt bij de besprekingen over een nieuw akkoord.